Daar Kan Ik Niet Tegen - Marten Toonder (1985)
Nederlands
Sociaal
155 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Het boek bevat de volgende twee verhalen, met tussen haakjes het jaar van eerste publicatie als dagbladstrip: ‘De Kon Gruwer' (1971) en 'De Wind der Verandering' (1975). In 'De Kon Gruwer' wordt Heer Bommel op een zomernacht wakker gebeld door ene Kon Gruwer van het Krochthol, die op sterven zegt te liggen en naar meneer Schoffel vraagt. Er zijn aan de andere kant van de lijn zorgen over de kleintjes: "Wie moet ze leren praten?" De kasteelheer is geraakt door het telefoongesprek. Maar noch het telefoonboek, noch de huisarts, noch de telefooncentrale bieden soelaas. De bezorgde bediende Joost krijgt te horen dat het om een zaak van leven of dood gaat. De andere ochtend houdt de langs wandelende Tom Poes het op een droom. Ook hij heeft nog nooit van Krochthol gehoord. De kaarten komen anders te liggen door informatie van de eveneens passerende ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Hij kent het als een verlaten gemeentelijke mijn aan de voet van de bergen. In de bibliotheek van het kasteel zoekt Tom Poes Krochthol op de kaart van de Zwarte Bergen op. De Oude Schicht wordt geladen met proviand en de tocht van circa 60 kilometer naar het oosten kan beginnen. In 'De Wind der Verandering' ziet op een ochtend de vuurtorenwachter Sippe Misser een voertuig aankomen. Het is de Oude Schicht, waarin heer Bommel en Tom Poes zich voortbewegen, gehinderd door een foute kaart. Op zoek naar het strand klopt heer Bommel aan bij de vuurtoren. Omdat de deur openstaat klimmen de twee vrienden verwachtingsvol naar boven. De vuurtorenwachter verwacht nu eindelijk zijn aflossing, maar heer Bommel zoekt slechts benzine, voedsel en de weg. Ze worden onthaald op geroosterde vis, die ze zich goed laten smaken. Het enige dat Sippe verder nog kan bieden is een roeiboot, onder de waarschuwing dat de wind noord of zuid is. En als de wind omloopt ontstaat er een huilende draaikolk, die naar het eiland Wirrel voert. De bejaarde vuurtorenwachter waarschuwt met een lied: “Als je Kadee zingen hoort, Komt de wind uit noord. Maar komt de wind uit zuid, Dan trekt Obol Repel uit. Wind west, Rust rest.”
