Daar Zit Iets Achter - Marten Toonder (1980)
Nederlands
Verhalenbundel
Sociaal
186 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Het boek bevat de volgende twee verhalen, met tussen haakjes het jaar van eerste publicatie als dagbladstrip: ‘De Weetmuts' (1975) en 'Het Vergeetboekje' (1976). In 'De Weetmuts' wonen in de onderwereld onder de Zwarte Bergen de Kwillen, een levensvorm die nog niet door de wetenschap ontdekt is, en daarom wetenschappelijk niet bestaat. Het is een zwijgend volkje. Een taal bezitten ze niet omdat ze onderling verbonden zijn door draden waarmee ze communiceren. Op die manier weet de een wat de ander weet en is er nooit ruzie. Onder hun voetjes zitten zuignapjes, waarmee ze zich kunnen vasthechten en een beetje bewegen. De Kwillen menen de hoogste vorm van beschaving te hebben bereikt. De laatste honderd jaar is het vermoeden gerijpt, dat er boven hen ook leven bestaat. Ze hebben besloten een afgezant te sturen naar de bovenaarde. Ze starten het denkproces om een toegang naar boven te vinden. Dan ontstaat er op een dag een gat in een van de wanden. In 'Het Vergeetboekje' leven in een grot ver in het noorden op een zandvlakte de dwergen Tors, die uit protest tegen het doodse landschap niet meer wil kijken, en Ogel, die vanwege zijn afschuw voor de stuifduinen nooit heeft willen leren lopen. Onder het geven van onderlinge aanwijzingen houden ze zich in leven met het plukken van paddenstoelen en het nuttigen van lekkend grotwater. Hun neerslachtige stemming wordt precies onder woorden gebracht door Tors: "Moet dat nou zo? Is dat nou leven?" Tovenaar Hocus Pas hoopt met het zand van de vlakten wat meer gezelschap te krijgen. Hij zoekt aanspraak. De magister in de zwarte kunsten biedt het koppel Ogel en Tors samenwerking aan. Hij heeft in de zandvlakte een vergeetboekje kunnen samenstellen. Hij stelt het reeds ingewerkte koppel samenwerking voor, omdat ze mooi in zijn plan passen.
