Héél Stilletjes - Marten Toonder (1979)
Nederlands
Verhalenbundel
Sociaal
205 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Het boek bevat de volgende twee verhalen, met tussen haakjes het jaar van eerste publicatie als dagbladstrip: ‘De Astromanen' (1969) en 'De Doorluchtigheid' (1974). In 'De Astromanen' worden in de Zwarte Bergen metalen en mineralen gevonden. Magister Hocus Pas had zich aldaar als mijnondernemer gevestigd, en liet de inheemse krollen voor hem werken in een ploegensysteem. Toen de beschikbare grotten overliepen van goud en diamanten, zocht de magister naar een goede bestemming. Op zijn wandeling komt hij Joachim Sickbock tegen. De heren kenden elkaar van een eerdere ontmoeting. Hocus Pas ziet in hem een geleerde die de loop der natuur in cijfers probeert te vangen. Joachim riposteert koeltjes dat zulks hem nu juist is gelukt! Hij zoekt slechts een geldschieter. Hij heeft ontdekt dat er een magnetisch veld om de aarde loopt, dat wordt bewogen door de loop van de zon en de planeten. Dit veld beïnvloedt al het leven en zo is alles wat er gebeurt niet alleen te voorspellen maar ook te veranderen. De twee tekenen een contract, zwart op wit, dat de professor het apparaat mag bouwen en dat de magister het mag besturen. In 'De Doorluchtigheid' staan Pee Pastinakel en Kwetal in het vroege voorjaar bij een bocht in de rivier de Drens, waar het Donkere Bomen Bos begint. Hoewel de eerste bloemen al bloeien, zitten er geen knoppen in de bomen. De twee dwergen zijn uit het zuiden teruggekeerd van het ipsen, maar moeten toch constateren dat er een pronenplaag heeft gewoed. Ze besluiten ambrobree te verspreiden rond de wortels en gaan aan het werk. Het duo wordt ondervraagd door een tweetal vreemdelingen, dokter Vunderik en 'zorger' Oolcool. Ook zij hebben belangstelling voor de groeisels van Pee Pastinakel. Kwetal is er niet blij mee.
