En Daar Houd Ik Mij Aan... - Marten Toonder (1975)
Nederlands
Verhalenbundel
Sociaal
207 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Het boek bevat de volgende drie verhalen, met tussen haakjes het jaar van eerste publicatie als dagbladstrip: In 'De Nozellarven' (1959), 'De Wilde Wagen' (1963) en 'De Heldendaden' (1967). In 'De Nozellarven' maakt de lezer kennis met Drasgloom, dat is gelegen tussen de uitgestrekte Oempfmoerassen. Dit land kent geen welvaart; de zon schijnt er nooit, en sinds onheugelijke tijden hangen moerasgassen over de soppige bodem. Na gedane arbeid rest de bewoners niets anders dan zwijgend in de dikke mist te staren. Ondertussen telt Heer Ollie tevreden zijn geldopbrengst van de windhandel. Hij brengt een bezoek aan zijn buurvrouw Anne Marie Doddel, die hem vraagt wat hij met zijn nieuw verworven geld gaat doen. Zelf is ze bezig een borstrok te breien voor de onderontwikkelde gebieden, die heer Zielknijper onder haar aandacht had gebracht. Desgevraagd ontlokt ze bij heer Ollie de opmerking dat hij een school zal gaan stichten. Een opvoedcentrum, een Olivier B. Bommel Centrum. In 'De Wilde Wagen' heeft dankzij de toegenomen welvaart en de vakantiewensen van de bevolking het gemeentebestuur besloten een verkeersweg naar het zuiden aan te leggen: De 'Burgemeester Dickerdack Avenue'. Hiermee werd ook het eens zo verlaten Donkere Bomen Bos ontsloten, waar een souvenirkraam draakjes en prentbriefkaarten als vakantieaandenken verkoopt. Een arme oude man gebruikt de weg om van de Mispelkloof naar de Kervelvlakte te komen. Hij wordt door een toeristenbus bijna van de weg gereden. Het is magister Hocus Pas, en hij merkt deze grote belangstelling voor reiservaringen op. Hij maakt hier gebruik van door een reiswagen te laten bouwen, geleid door het rad van avontuur. In 'De Heldendaden' is de buurvrouw van Heer Bommel, Anne Marie Doddel, zeer enthousiast over de heldendaden van een zekere landbouwer, Garmt Klavergroen. Ook de glunderende commissaris Bulle Bas krijgt een dankbare hand, want zij vindt hem een held. Tijdens de gezamenlijke wandeling van de twee buren zien ze een kind vanaf een brug in het water vallen. De kasteelheer slaat al reddend een modderfiguur terwijl zijn buurvrouw het kind bekwaam uit het water vist. Het aangeboden kopje thee slaat de bemodderde held gebroken af. Bediende Joost is blij dat Tom Poes 's avonds langs komt. Hij weet zijn bedrukte vriend enige uitspraken te ontlokken zoals: “Iedereen krijgt de eer van dingen, die ik zelf had kunnen doen, maar die ik niet gedaan heb, omdat iemand anders ze al heeft gedaan.” Vervolgens legt hij aan zijn jonge vriend uit: “Het leven van een heer heeft geen zin, wanneer hij niet meer kan tonen, dat hij meer is dan een ander.” Op de hierop volgende avondwandeling komen ze Kwetal tegen, die de heer kan helpen met zijn probleem.
