Parbleu - Marten Toonder (1971)
Nederlands
Verhalenbundel
Sociaal
201 pagina's
Eerste druk: De Bezige Bij,
Amsterdam (Nederland)
Het boek bevat de volgende drie verhalen, met tussen haakjes het jaar van eerste publicatie als dagbladstrip: 'Het Nieuwe Denken' (1966), 'De Maanblaffers' (1967) en 'De Bevrijding van Sollidee' (1968). In 'Het Nieuwe Denken' maken heer Ollie en Tom Poes een frisse strandwandeling in het vissersdorpje Krabbezijl. In de zomermaanden trekt het veel vakantiegangers, maar nu is het strand een vuilstortplaats geworden. In de duinen hebben de zwarte kraaien zelfs de meeuwen verjaagd. De twee vrienden proberen een schonere plek te vinden, maar worden door de branding overvallen. Vervolgens verdwalen ze in de mist, maar een vreemde strandvoogd wil ze wel een bestemming wijzen om aan de komende springvloed te ontsnappen. Hij bezit ook een reisbureau. De twee vrienden vinden het maar vreemd, maar omdat de hut zal vergaan in de springvloed moeten ze wel gaan reizen. Reizen door de ruimte is afgesloten; reizen door de tijd is de enige kans. Ze krijgen een kosteloze reis naar Novo, gekenmerkt door het 'Nieuwe Denken'. In 'De Maanblaffers' vindt Heer Bommel in zijn schuur de originele eerste autotoeter van zijn Oude Schicht, die gesneuveld is na een modernisering. Hij maakt er Wammes Waggel erg blij mee. Agent Kloppers bestraft echter zijn getoeter met de gummistok. Nadat Wammes geklaagd heeft bij heer Bommel, komt ambtenaar eerste klasse Dorknoper de kasteelheer vervolgens aanspreken op de nog steeds ontbrekende bouwvergunning voor zijn schuur. Heer Bommel is ontevreden over deze vrijheid van stukslaan en afbreken. Kruidenier Grootgrut komt vervolgens langs met een spandoek; de kasteelheer reageert zijn boosheid af op het spandoek. Hierop neemt agent Kloppers hem mee naar het bureau. Boeren en stadsbewoners zien de kasteelheer als een opgebrachte anarchist, die de welvaart verstoort. In 'De Bevrijding van Sollidee' ligt de Albatros, het schip van kapitein Wal Rus, klaar voor vertrek in de haven van Rommeldam. Omdat de reder aan boord wil komen, wordt het schip piekfijn op orde gebracht. De tweede stuurman Kabelgaren ontdekt twee moddertrappers uit Sollidee, sliklopers, in een krat. De twee vogels worden met plunjezak en al over boord gekieperd, waarbij de passerende Heer Bommel letterlijk en figuurlijk wordt getroffen. De reder blijkt Markies de Canteclaer te zijn, die bij het beklimmen van de loopplank zijn buurman Bommel verwikkeld ziet in een soort van rel. Hij wordt door de kapitein bijgepraat over het verwijderen van de verstekelingen en de lading voor Sollidee. Intussen vertellen de twee verstekelingen dat ze graag naar hun land terug willen, waarop de kasteelheer zijn portefeuille trekt en passage regelt voor deze heer en mevrouw Lasido. Hoewel de kapitein tevreden is, vindt de markies het betalen van het passagegeld door zijn buurman rood en stuitend. Als zijn buurman echt iets wil doen, moet hij zelf naar dat land gaan. Hierop besluit de woedende Bommel zelf met Tom Poes mee te varen naar Sollidee, om daar de orde en de rust te herstellen.
