Schrijversportretten (Van Claus tot Wolkers) - Betty van Garrel, Jacob Groot, Eelke de Jong, Ischa Meijer en Theun de Winter (1974)
Alternatieve titels: Schrijversportretten. Claus | Couperus | Elsschot | Hermans | Mulisch | Vestdijk | Wolkers | Schrijvers Portretten uit de Haagse Post
Nederlands
Verhalenbundel
Kunst en Cultuur
160 pagina's
Eerste druk: Elsevier,
Amsterdam (Nederland)
Schrijversportretten waren volgens NRC-Handelsblad huisspecialiteit van de Haagse Post. Aan één zo’n portret werden al gauw tweehonderd manuren besteed. Alfons de Ridder/Willem Elsschot doubleerde de eerste en de tweede klas van het atheneum en werd niet veel later van school gestuurd. Vervolgens kreeg hij zijn moeder zo ver dat ze hem niet voor half twaalf wekte. Ook later blijft hij een langslaper, geplaagd door een ochtendhumeur. Ischa Meijer interviewt W.F. Hermans, die drie soorten essays onderkent. Het is een genre dat hij “met erg veel genoegen” beoefent, maar niet zo hoog aanslaat als de roman. “De roman kan niet verbeterd worden”. Harry Mulisch is in alles extreem. Godfried Bomans kent hem nog uit Haarlem. “Harry is in alles heftig. Hij poneert alles alsof het op een scheurkalender afgedrukt moet worden”. De moeder van Simon Vestdijk was overbezorgd. Haar zoontje moest zich vermaken in wat hij het ‘Simonsland’ noemde: het afgesloten tuintje achter het huis.
