Uiteengescheurd is een grafrede. Nu geldt voor de hele Transsylvaanse trilogie dat het één groot in memoriam is voor de belle époque, maar in de eerdere delen kon je dat soms nog vergeten. Ook tijdens het lezen van dit laatste deel probeerde ik dat, met wisselend succes, maar het einde is onafwendbaar. Toch nog onverwachts rijdt de trein het ravijn in.
De bals, jachtpartijen en ontwikkelingen op de huwelijksmarkt zijn naar de achtergrond verdwenen. Af en toe krijgen we een mooie scène voorgeschoteld die niet had misstaan in Oorlog en Vrede, zoals twee opgewonden standjes die een duel arrangeren tijdens een diner ter ere van de oprichting van de liga tegen het duelleren. Toch zit er vaak een tragische bijsmaak aan: personages beseffen niet hoe vruchteloos en hypocriet hun verzet tegen verandering is.
Hoofdpersoon Bálint Abády lijkt in de loop van de jaren zijn politieke ambities wat te hebben bijgesteld. Hij volgt de chaotische ontwikkelingen in Europa op de voet, maar heeft inmiddels geleerd dat het hopeloos ineffectieve Hongaarse parlement het tij niet ten goede zal kunnen keren. Hij richt zijn inspanningen nu vooral op Transsylvanië, wat meer effect heeft maar toch niet zonder gevaar blijkt te zijn. Overigens noemt Bánffy heel achteloos zijn eigen naam als een van de initiatiefnemers van de Transsylvaanse beweging; een terloopse herinnering aan hoezeer Abády op de schrijver is gebaseerd.
Waar de ontwikkelingen in de politiek duidelijk de slechte kant op gaan, lijkt Bálints persoonlijke leven in rustiger vaarwater te zijn gekomen. Tot mijn niet geringe opluchting blijkt hij te hebben afgezien van een verstandshuwelijk met Lili en keert hij snel terug bij Adrienne. Hun relatie wordt een min of meer geaccepteerd publiek geheim en uiteindelijk lijkt het paar zelfs te kunnen trouwen. Ik zou beter moeten weten dan hoopvol zijn; natuurlijk blijft het vaarwater niet rustig! Hoe vaak kan het hart van de arme Bálint nog gebroken worden?
Het persoonlijke drama blijft niet beperkt tot Bálint. Ondanks duidelijke voortekenen was ik geschokt door de zelfmoord van de sympathieke Gazsi, des te meer omdat het redelijk vroeg in het boek plaatsvindt, als alles nog redelijk zonnig lijkt. Voor László wordt het natuurlijk nooit meer zonnig, maar ook het einde van zijn verhaallijn raakte me onverwacht hard. Ik vind het wel erg jammer dat we Klára Kollonich helemaal niet meer terugzien. Sowieso mis ik wat personages uit eerdere delen. Dat is mijn enige grote punt van kritiek.
En dan het einde… Het is uitstekend gedaan maar tegelijkertijd zo onbevredigend. Ik zei al dat Uiteengescheurd een grafrede is, en op het laatste hoofdstuk is die vergelijking het meest van toepassing. Schrijver en hoofdpersoon lijken volledig samen te smelten als Bálint vrij letterlijk zijn leven en de wereld die hij kent nog eenmaal overziet, beseffende dat de oorlog aan dit alles een einde zal maken. Ik snap dat dit een goed moment is om te stoppen, maar ik was eigenlijk nog niet klaar voor het afscheid. Uiteengescheurd laat me in rouw achter.