In het eerste deel van de Reve-biografie ‘De Vroege Jaren 1923-1962’ wordt in het vijfde hoofdstuk de prille schrijverscarrière van Gerard Kornelis van het Reve als journalist van
Het Parool door biograaf Nop Maas uit de doeken gedaan. Bij de krant leerde Reve het schrijversvak en in het bijzonder hoe hij bondig dan wel zakelijk moest schrijven. De techniek was van grote invloed op zijn herkenbare schrijfstijl. Op pagina 191 in hetzelfde hoofdstuk komt het verzonnen artikel 'Buitenland Trekt Onze Meisjes Aan; Weten Zij Wel, Waar Ze Terechtkomen?' aan de orde dat Reve voor de krant schreef:
‘Volgens Karel van het Reve werd het verhaal geschreven naar aanleiding van een waarschuwing die de vereniging had doen uitgaan. Omdat de dames geen concrete wantoestanden konden leveren, had Gerard ze verzonnen.’ (Vreemd genoeg verwijst Maas in een voetnoot niet naar het stuk in mijn vorige bericht dat Karel schreef in zijn essaybundel
De Ondergang van het Morgenland.)
In een interview van Peter van Brummelen met Gerard Reve in
Het Parool van 27 februari 1993 bevestigde de Volksschrijver dit ook en noemde nog een ander verhaal -
Op Bezoek bij Clandestienen Distilleerder (Het Parool, 23 november 1946) - dat hij verzonnen had, over een illegale stokerij. ‘Het gerucht wilde dat er enorm veel clandestien gedistilleerd werd in Amsterdam. Weer niets te vinden en dus bedacht ik zelf een ondergrondse stokerij.’ Zo schreef hij dat de stokers voor hun energie ook nog eens illegaal gas aftapten. De grap liep dusdanig uit de hand, toen de politie naar de krant kwam en eiste dat Reve hen vertelde waar die stokerij zich bevond. Een oudere collega redde hem uit de brand.