menu

Intra Nos: Een Familieroman - Cornélie Noordwal (1902)

mijn stem
2,50 (1)
1 stem

Nederlands
Psychologisch

618 pagina's
Eerste druk: A. W. Bruna & Zoon, Utrecht (Nederland)

Dit is het verhaal van de Wybrandtsen, een jong verweesd maar hecht Indisch gezin dat behouden blijft door het harde werk van Richard, de oudste broer. De feeërieke Iris van Rhenen is heimelijk verliefd op hem, maar door zijn zorgen ziet hij haar niet staan.

zoeken in:
avatar van Elmer
2,5
Intra nos

Intra nos is tegelijk een familieroman en een verhaal over onbeantwoorde liefde. We volgen de familie Wybrandts, een verweesd maar hecht Indisch gezin van vier zussen, twee broers en een inwonende verloofde. De oudste, Richard Wybrandts, heeft sinds de dood van hun moeder de vadertaken op zich genomen. Hij wint de kost en beheert de kas; hij zwoegt om zijn gezin te ontzien en waakt over de familie-eer. Hij doet dit natuurlijk uit liefde maar ook met een verbeten trots. Iedereen draagt bij. Jessie werkt op een school en slooft in het huishouden, waar alle zussen in helpen. Con, de jongere broer, is een beetje een flierefluiter maar ook hij verdient wat. En Grace, die nog een kind is, brengt licht en vrolijkheid in huis. Het is er modern gezellig.

Dan is er Iris van Rhenen, de hartsvriendin van Phil. Zij heeft een ereplaats in het leven van de zussen en in de roman. Iris is beeldschoon, intelligent, artistiek, rijk en alom geliefd maar niet gelukkig. Ze wordt namelijk gekweld door een vurige liefde voor Richard, de enige man die haar niet ziet staan. Hij gaat te zeer op in zijn zorgen om haar onuitgesproken liefde te herkennen. Haar zwakke gezondheid lijdt onder het verdriet dat hij haar aandoet, maar dat verbergt ze goed. Richard weet van niets. Hij waardeert haar wel als vriendin van de familie, maar slaat verder weinig acht op haar. Hij vindt haar een levendig maar frivool meisje dat alleen het geluk kent van een zorgeloos bestaan. Ze is beslist oppervlakkig en in oppervlakkige mensen stelt hij geen belang. Deze miskenning van de diepvoelende Iris vormt de tragiek van de roman. Haar verdriet verhevigt een onderliggend lijden en ze wordt ernstig ziek. Lange reizen vertragen haar aftakeling hooguit. Als ze weet dat ze zal sterven, durft ze Richard haar liefde te bekennen. Als ze daarmee heilige wetten schendt dan moet dat maar. Richard ziet nu pas in hoezeer hij haar heeft miskend, maar hij kan het niet goedmaken. Hij houdt niet van haar, dus meer dan een diep medelijden en een te late vriendschap kan hij haar niet geven.

Iris en de kritieken

Ik lees graag oude kritieken. Ze geven vaak een verrassend tijdsbeeld en als je romans leest die haast niemand meer kent, is het fijn om te weten dat je toch niet de enige bent die ze ooit gelezen heeft. Uit twee kritieken van Intra nos blijkt een groot verschil in waardering voor Iris. Het is tekenend voor de tijd dat ideeën over vrouwelijkheid in beide oordelen een bepalende rol hebben. Erica van Boven schrijft in haar proefschrift Een hoofdstuk apart. ‘Vrouwenromans’ in de literaire kritiek 1898-1930 dat er rond 1900 een echte doorbraak plaatsvond van vrouwen in de romanliteratuur. Vrouwen schreven nooit eerder zoveel en zo goed in Nederland. In vergelijking met de schrijvende mannen waren ze nog steeds een kleine minderheid, maar de literaire kritiek zag het destijds toch als een opvallende, soms ook verontrustende ontwikkeling. In de periode die Van Boven beschrijft ontstaat ook het begrip ‘vrouwenroman’ dat al gauw alle door vrouwen geschreven romans gaat omvatten. Werk van vrouwen werd steeds meer gezien als categorie apart waarvan men bepaalde verwachtingen had, zoals huiselijkheid en een verdiept of verwaterd literair realisme. Oudere critici van de eerste generatie na Tachtig, die zichzelf meestal tot dezelfde traditie rekenden, hadden soms waardering voor de meerdere ‘menschelijkheid’ die ze in het werk van vrouwen herkenden. Voor de jongere generatie vanaf 1910, die zich van het realisme had afgekeerd, werd de ‘damesroman’ een symbool voor een verouderde triviaalliteratuur. Maar of het oordeel nu positief of negatief uitviel, ideeën over vrouwelijkheid waren in deze periode altijd van belang in de waardering van romans van vrouwen. Schrijfsters moesten voldoen aan een dubbele kritische standaard. Ze werden geacht tegelijk een goede vrouw te zijn en een goed kunstenaar.

In de kritiek van Anna de Savornin-Lohman zien we die dubbele standaard terug. Ze schrijft in De Hollandsche Lelie:

Cornélie Noordwal is voor mij bovenal, en in de éérste plaats, de gevoelige en helderblikkende vrouw, die vermocht te scheppen de figuur van ‘Iris.’ … Zij is het die het boek zoo tragisch maakt, zoo aandoenlijk wáár! – En het komt mij voor dat mejuffrouw Noordwal bijna-alléén staat in het teekenen van zulk een liefde...


Ze prijst Noordwals literaire kwaliteit maar bovenal haar vrouwelijkheid; ‘omdat zij zoo zuiver begrijpt en meevoelt ons vrouw-lijden van vrouw-zijn, heel de geheime smart der vrouwenziel.’

Een recensent van Lectuur vindt het daarentegen niet verwonderlijk dat Iris zo ongelukkig is, want ze heeft niets om handen en ze gelooft niet in God. In zijn oordeel over de roman betrekt hij het lezerspubliek. Dat zijn vooral ‘jonge dames uit de beuzelende, flirtende, ronddrentelende kringen’ al net zo ijdel als Iris. Hij schrijft hatelijk:

‘t Is waarlik geen wonder, dat meisjes als Iris, wanneer zij niet vroegtijdig sterven, in een gesticht voor zenuwlijders terecht komen, of tot algehele waanzin vervallen en de hand aan zichzelf slaan!


Schrijfster en criticus

Intra nos verscheen zoals gezegd ten tijde van de doorbraak van vrouwen in de Nederlandse literatuur. In de roman zelf vinden we het verhaal van de beginnende schrijfster Philipine Wybrandts en de criticus Olivier Bronner. Phil is assertief en gevoelig tegelijk. Ze verzet zich met haar jongensachtigheid tegen het geldende vrouwbeeld en ze werkt gestadig aan de verwezenlijking van haar schrijverschap. Haar droom kan bij Richard vooral op spot kan rekenen, want volgens hem kan zich zich beter aan het huishouden wijden. Wanneer het hem te bont wordt, schakelt hij zijn letterkundige vriend Olivier in, die de taak krijgt haar hoop te smoren. Maar het loopt anders. Olivier ontdekt dat Phil talent heeft en ze worden ook nog eens verliefd op elkaar. Dat begint met een wandeling door de duinen. Het is niet meteen gezellig. Om zich een houding te geven doet Olivier wat boude uitspraken. Hij vertelt de aspirant-schrijfster dat vrouwen er tegenwoordig net uitzien als pennen. Dat lijkt me een verwijzing naar het groeiende aantal schrijfsters. Als Phil kortelings laat weten dat hij flauw doet, zegt hij:

Meisje,’ Gestreng. ‘Je redeneert als gewoonlijk weer met een allerbetreurenswaardigst gebrek aan logica. Jullie kunt den middenweg niet bewaren. In alles overdrijf je. Jullie hoeden… de tuinen die op jullie hoofden bloeien, de doode vogels waar jullie je als roodhuiden mee versiert.


Hij maakt de sprong van Phil naar vrouwen in het algemeen wel heel makkelijk. Zijn ideeën over vrouwelijkheid liggen duidelijk erg aan de oppervlakte, zoals gebruikelijk bij critici. Phil draagt overigens een eenvoudige strohoed zonder dode vogels, maar toch lijkt het alsof hij haar primitief noemt. Ze neemt de handschoen op. Ze stelt dat het hele mannelijke geslacht zich al een eeuw belachelijk maakt met hoge hoeden. ‘Ik kwam tot de overtuiging dat jullie maller zijn dan wij.’ Het is na deze kleine battle of the sexes dat Olivier zijn hulp aanbiedt ‘als aan een vriend van jullie allemaal, een van de wéinigen die ‘t werkelijk goed met jullie meenen.’ Phil hoort zijn aanmatigende toon, maar ze gaat toch akkoord met ‘den man van gezag.’ Ik heb de indruk dat ‘jullie’ hier specifiek op schrijfsters duidt, die inderdaad niet altijd vriendelijk werden onthaald. Van Boven haalt bijvoorbeeld een recensent aan die zich beklaagt over ‘schrijf-maar-raak-copie-manie’ van vrouwen, en een ander die het heeft over ‘welig tierende juffrouwen-schrijverijen, waarvan een dozijn met twaalf nauwelijks compleet kan heeten.’

Na haar werk te hebben gelezen wordt Olivier gelukkig behulpzamer. Hij waarschuwt haar voor te hoge verwachtingen en licht haar in over de uitgevers. Draken zijn dat. Ze bieden nieuwelingen geen honorarium, laat staan auteursrecht, maar ze hebben wel zo hun inhoudelijke verwachtingen. Zo moet een roman toch minstens een liefdesgeschiedenis en twee trouwerijen bevatten; iets waar Intra nos precies aan voldoet. Dan zet Olivier voor haar een poëtica uiteen, die door een recensent overigens wordt begrepen als die van Noordwal zelf.

In de literaire kritiek werd vaak beweerd dat vrouwen niet over mannen zouden kunnen schrijven. Die gedachte kwam ik bijvoorbeeld tegen in stukken over Ursule Hagen. Noordwal bestrijdt deze opvatting met ironie. Ze laat Phil meermaals opmerken dat ze een complex, mannelijk karakter als dat van Richard nooit zou kunnen vangen in een roman. Ook het meest tragische moment kan als kritiek worden gelezen. Iris doorziet Richard volkomen, terwijl zijn onopmerkzaamheid haar noodlottig wordt.

Een liefde en twee trouwerijen

De mannelijke love interests van Noordwal hebben me tot nu toe steeds tegengestaan. Louis Warde was kinderachtig gemeen tegen Ursule Hagen en ik vreesde voor het lot van de nieuwe mevrouw Garvliet. Met Phil en Olivier is er nu eindelijk een stel waarin ik kan geloven. Olivier is in het begin wel vervelend, maar dat verandert snel en in hun liefde zijn ze volstrekt gelijkwaardig. We zien ook dat Olivier Phil niet omlaag wil halen. Hij is juist volkomen gelukkig met haar succes en hij voelt zich bij haar familie helemaal thuis. Het contrast met het andere stel kan niet groter zijn. Jessie Wybrandts trouwt met Kern, een ontrouwe, lompe militair die stellig gelooft dat getrouwde vrouwen behoren op te gaan in hun man:

‘t Zou toch een zegen zijn als je vergat dat je Wybrandts heet. Wat zijn jullie vrouwen toch gek om altijd te pronken met je meisjesnaam, als je getrouwd bent. Dan besta je niet meer als meisje. Je oud leven is heelemaal weg, je leeft niet meer dan door je man.’


De gedachte dat vrouwen restloos op moeten gaan in hun man, dat ze zelfs pas volwassen worden door de man, is in deze tijd verbazingwekkend gewoon. Erica van Boven bespreekt het uitgebreid in haar proefschrift. Toen ik het voor het eerst tegenkwam, in Langs lijnen van geleidelijkheid, kreeg ik het er benauwd van, en nu weer. Jessies geloof – dat kern belachelijk vindt – sterkt haar in vergelijkbare opvattingen.

God wilde dat zij, Agnes Wybrandts, volbracht, getrouw volbracht die plichten, ten dele nog mysteriën voor haar, die haar zouden brengen tot besef van de roeping der vrouw, haar brengen tot rijpen staat van mensch.


Zonder door een man te zijn ingewijd, heet ze als mens nog niet volkomen. Meneer Garvliet zou zich verheugen in haar onwetendheid en voor kern mag ze niet minder dan heilig zijn. En dan heb ik nog niet eens verteld dat hij met haar naar Amsterdam is verhuisd om haar bij haar familie vandaan te houden. Wat een nare man. Ik ben al blij dat Noordwal het ditmaal met me eens lijkt te zijn.

Erica van Boven, Een hoofdstuk apart. ‘Vrouwenromans’ in de literaire kritiek 1898-1930, 1992.
https://dbnl.nl/tekst/bove002hoof01_01/index.php

Anna de Savornin-Lohman, ‘Cornélie Noordwal.’ De Hollandsche lelie 17, 1903.
https://www.dbnl.org/tekst/_hol003190301_01/_hol003190301_01_0160.php#170

G. J. F. Vetter, ‘Intra Nos’, Lectuur, 1904.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBMA01:000274001:00330

Gast
geplaatst: vandaag om 10:04 uur

geplaatst: vandaag om 10:04 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.