Dankwoord bij de Uitreiking van de Constantijn Huygensprijs in ’s Gravenhage op 18 December 1951 - Willem Elsschot (1990)
Nederlands
Waargebeurd / Kunst en Cultuur
12 pagina's
Eerste druk: De Carbolineum Pers,
Wildert (België)
Ongepubliceerde speech uit 1951, die kon verschijnen dankzij de bemiddeling van Elsschotbiograaf Vic van de Reijt en de toestemming van de Erven Willem Elsschot. Elsschot kreeg de Constantijn Huygens-prijs in 1951. ‘Voor het eerst een Vlaming beloond,’ kopt de Haagse krant Het Vaderland op 26 november 1951. Niet eerder ging een Nederlandse prijs naar een Vlaming, of andersom. De krant meldt ook dat Willem Elsschot zijn debuut Villa des Roses (1913) schreef in Schiedam, toen hij correspondent was op een scheepstimmerwerf; de roman verscheen in afleveringen in het letterkundig maandblad Groot-Nederland. Elsschot had in Nederland op dat moment misschien nog wel meer bewonderaars dan in zijn vaderland. De Heerenveensche Koerier meldt over de prijsuitreiking dat voorzitter F. Bordewijk betoogde dat de Nederlandse auteurs nog wel iets van de Vlaamse schrijvers konden leren wat betreft de ware vertelkunst en de ‘feu sacré’. Elsschot had nog nooit van de Constantijn Huygens-prijs gehoord, zo zei hij in zijn dankwoord. Het nieuws was ingeslagen als een bom. ‘Niet als een V1- of V2-bom, onzaliger gedachtenis, maar veeleer als een weldoende bom, afgeschoten door het Leger des Heils, zal ik maar zeggen.’ De toekenning was volgens hem een uiting van de ware Benelux-geest. De jury bestond uit Bert Bakker, J. Hulsker en Martinus Nijhoff. Aan de prijs was een bedrag van 2.000 gulden verbonden. De officiële uitreiking vond plaats op dinsdag 18 december 1951 in het stadhuis van Den Haag.
