menu

Mijn Kleine Oorlog - Louis Paul Boon (1946)

mijn stem
3,99 (44)
44 stemmen

Nederlands
Oorlog

116 pagina's
Eerste druk: Manteau, Brussel (België)

‘Mijn kleine oorlog’ is een verzameling notities en vertellingen over de lotgevallen van de inwoners van een Vlaams dorpje tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het zijn brokstukken van menselijke ellende en menselijke humor, van menselijke hoop en wanhoop en het bittere verdriet van een rechtschapen man die ten spijt van 's levens ontgoochelingen een idealist gebleven is.

zoeken in:
avatar van eRCee
4,0
Dit is een van de beste boeken over de oorlog die ik ken en totaal anders dan alle anderen. Zonder twijfel behoort Louis Paul Boon tot de grootste schrijvers in het Nederlands taalgebied. Zijn schrijfstijl is een klap in je gezicht, zijn ironie is pijnlijk grappig. De fenomenale slotzin van dit kleine boekje is werkelijk onthutsend: SCHOP DE MENSEN TOT ZE EEN GEWETEN HEBBEN! 4*

avatar van Jasper
5,0
Dit is zeker het persoonlijkste boek over de Tweede Wereldoorlog dat ik ken. Sterk geschreven, met oog voor stijl en detail. Boon heeft het detail verheven tot hoofdzaak: geen verhaal over verzet of veldslagen, maar de gewone mens. Schitterend. Over mooie zinnen gesproken: "Ik ben maar een mens (...) onder de mensen, die mensen liefheeft EN NIET DE VADERLANDEN."

avatar van omsk
4,0
Dan doe ik er nog één:

Grote schrijver[..], (gij) zoudt het boek kunnen schrijven waarvoor wij misschien de moed niet zouden vinden het te lezen, of waarvan we misschien zouden zeggen: ik begrijp het niet... omdat wij gewend zijn woorden te lezen die aan elkaar werden gelijmd met dode letters, en slechts iets mooi kunnen vinden als het, zoals men zegt, rietme heeft, en geen betekenis.

avatar van AGE-411
4,5
Het is meer dan elk ander boek een boek over de oorlog.
Geen romantisch verhaal over jonge knapen die ergens ver weg sneuvelen, over een Joods buurmeisje dat tijdens de oorlog verdween, of over dappere jongens die in het verzet gingen.

Neen, dit is een boek over de mensen van hier.
Lelijke, arme en stinkende mensen, zoals het gros van het gepeupel dat zich op straat begeeft. En dat in al hun achterbaksheid. Want bij het gros van de mensen roept de oorlog geen trots of strijdvaardigheid op, maar een puur menselijke overlevingsdrang die dwars door anderen gaat.
Neen, we zijn geen helden.


Het boek is een soort van autobiografie. Het is een aaneenschakeling van gebeurtenissen uit Boons leven, zijn omgeving tijdens de oorlog, en de korte periode na de bevrijding. Gebeurtenissen die vaak niets met elkaar te maken hebben, maar ‘gewoon gebeuren’. Zoals er vandaag een ongeluk gebeurt in mijn straat, en volgend week hier iemand sterft aan kanker. Zulke dingen gebeuren, en zeker in tijden van oorlog.

Het boek bestaat dus uit allerlei kleine ‘vertelselkes’, en het leest ook als een ‘vertelselke’. Je kent het wel: toen je op de schoot bij je oma kwam, en die begon te vertellen over toen ze nog jong was en de oorlog aan de gang was. . En om het gemakkelijk verstaanbaar te maken voor haar kleinkinderen past ze haar taalgebruik aan. Het is alsof je zelf kleinkind bent van Boon, en op z’n schoot gaat zitten om te luisteren wat hij te vertellen heeft.
Over het krijgsgevangenschap: “O zei iemand, wat zullen we veel te vertellen hebben als we thuiskomen. En dan kwamen we thuis en hadden we niets te vertellen”

En eigenlijk zijn de verhaaltjes best grappig. Het gekruip van die miserabelen is puur leedvermaak. Verhalen zoals die van de oude Ekster “die men gemakkelijk de oud rat mocht genoemd hebben” en die voor de oorlog arm was, maar als Flamingant al slapend een fortuin verdiende … tot hij geraakt werd door een vallende bom.
Of het verhaal van Van den Borre, die ook tragisch om het leven kwam, maar voor de oorlog het blad de ‘Vooruit’ van de socialisten nam en binst de oorlog het blad ‘vooruit’ van de Duitser nam en daar nooit het minste verschil in heeft gemerkt.
Of over die domme mensen, zoals er een is die van armoede naar Duitsland is gaan werken en IN DUITSLAND IS HET GOED zegt hij: de vrouwen dragen er zijden kousen en men eet er chocolade en men is er bij een krankenkas – Ge zoudt sommige mensen de kop moeten afkappen en dan zeggen: kijk daar eens goed naar, dat is nu uw eigen ezelskop

In welke mate is het natuurlijk ook allemaal waar? Het staat vast dat Boon hier veel uit z’n omgeving in verwerkte, en omwonende mensen die het boek lazen vaak wisten over welke figuur hij het had. Als ze al konden lezen tenminste.
Maar andere verhalen lijken soms nogal ongeloofwaardig, en kunnen even goed verzonnen zijn - zoals Albertine Spaens, die aan kanker stierf op de dag van de bevrijding.
Men mag natuurlijk niet vergeten dat het boek van vlak na de oorlog dateert, en de emoties vaak ook meespeelden. Schofterige mensen worden op die manier vaak nog net iets schofteriger voorgesteld, en miserabele dutsen worden vaak nog net iets miserabeler gemaakt.


Na elk verhaaltje schrijft Boon nog even een notitie. Alsof het boek een dagboek is waar naast de dagelijkse gebeurtenis van wie-weet-wie ook nog even neergekrabbeld staat waarover Boon die dag zat te peinzen. Want het verhaal en de notitie hebben zelden iets met mekaar te maken. En stiekem vind ik de notities zelf beter dan de verhaaltjes.


En natuurlijk zit er in de boeken van Boon een sociale knipoog. Voor iemand zoals hem - die uit het socialistische hout gesneden is - is zoiets onvermijdbaar. Zo heeft hij het over de Franskiljons en over de rijke mensen die Belgischgezind zijn en als de vliegers overkomen zeggen: dat ze alle nachten moeten BOMMEN GOOIEN BOMMEN GOOIEN – maar ze houden hun hek gesloten zodat het werkvolk dat van de fabrieken of het station wil wegvluchten, niet langs hun tuin zou vluchten en het gras vertrappelen

In die hoedanigheid van socialist valt hij in een van zijn notities ook stevig uit naar zijn collaborerende collega’s:
En verder heb ik niets te maken met Adrianus Schonevorm, pseudoniem van André Gatlikker, die een intellektueel is en verzen schrijft, denk eens aan – en er over piekert, of schrijven wel het juiste woord is, zou het niet baren moeten zijn? En bijzichtig is en altijd maar verzen baart verzen baart – en al ontploft de wereld verder zal gaan met verzen baren, over de maan en over zijn eenzaamheid en over God – en ondertussen een lijst opmaakt van al die Joodse en communistische schrijvers die men zou moeten neerschieten.


Met z’n grofweg 130 pagina’s is dit boek eigenlijk net lang genoeg. Als het nog 50 pagina’s verder had doorgegaan was het misschien van het goede te veel. (Het kan toch niet dat een schrijverke als Boon meer miserie zou gezien kunnen hebben dan al hetgene dat hier neergeschreven staat?). Hoe dan ook, leedvermaak wordt op den duur ook saai.

De paar extra pagina’s die pas 15 jaar later werden toegevoegd vind ik weinig interessant. Over een jeugdliefde en over iemand die toevallig Odinneke noemt, en tijdens de oorlog op haar laatste benen loopt. Een extra hoofdstuk dat eigenlijk in de Kapellekensbaan had moeten staan, maar dan toch weer niet, omdat het niet interessant is.

Over de jeugd van den oorlog is hij ook al niet te rooskleurig. Ook ooit in een interview met hem uit 1970 hem horen afgeven op de mei ’68 beweging. Maar in dit boek wordt dat betoog toch afgesloten met Doch hierom hoeven wij ons nog niet in een hoekje terug te trekken – de hardste strijd in het leven is immers de strijd om niet bitter te worden



Vooruit dan maar. Nog eentje om het af te leren:
En Maurice vertelt dat het ergens brandde en dat een Amerikaanse zwarte boven op de toppen van de ladder stond en zonder zich vast te houden twee kinderen uit het brandende raam haalde – want die Amerikaanse zwarten, DAT IS IETS WREEDS zegt Maurice enthousiast.

En ene vertelt mij dat er Amerikaanse zwarten op een boerenhof lagen gehuisvest, en dat men er de beide jonge meisjes in allerijl wegbracht uit angst – en dat de zwarten dan de ouwe boerin hebben verkracht tot ze dood was. Want die Amerikaanse zwarten DAT IS IETS WREEDS zoals dat bandieten zijn, zegt hij me.

En ik voer een babbeltje met een politieman en hij vertelt me over zijn angst het verkeer te moeten regelen daar op de hoek van de boulevard en de hoofdweg naar Brussel, want die Amerikaanse zwarten DAT IS IETS WREEDS, zegt hij, die zullen mij daar nog eens doodrijden.



4,5*

avatar van misterfool
3,5
Best een interessant boek. De focus van "Mijn Kleine Oorlog" richt zich op de gewone man of vrouw tijdens de oorlogsjaren. De anekdotische structuur werkt hierdoor erg goed. De gemiddelde inwoner van een (Belgisch) dorpje ervaart immers slechts een deel van het leed en maakt zo als het ware een mini-oorlogje door. De grote gebeurtenissen zijn enkel kenbaar door van horen zeggen. Niet elk vignet vind ik even interessant, maar tezamen vormen de schetsen een indringend tableau van oorlogsleed.

Gast
geplaatst: vandaag om 10:45 uur

geplaatst: vandaag om 10:45 uur

Let op: In verband met copyright is het op BoekMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.