Reactie op de toekenning van de Nobelprijs voor de literatuur aan Peter Handke door Aleksander Hemon in The New York Times van 15 oktober 2019: https://www.nytimes.com/2019/10/15/opinion/peter-handke-nobel-bosnia-genocide.html?searchResultPosition=3
De conclusies van Aleksander Hemon in de laatste alinea's van zijn betoog zijn wat venijnig van aard, maar Peter Handke is de schaamte zo te lezen wel wat verder voorbij gegaan dan het toevallig vellen van een incidenteel onjuist oordeel.
Uiteraard kan het geen kwaad om verdere informatie over dit verhaal te bekijken.
Twee pagina's heb ik gelezen in Langzame terugkeer, maar dit is al genoeg voor mij. Wie houdt van dit soort zinnen moet er vooral aan beginnen:
Dit aan alle einders alleen door vlak lijkende landstroken afgebakende schijnbare meer stroomde evenwel onfixeerbaar snel en, op de badkuipachtige kabbelende golven en het modderstrand na, ook geluidloos en effen glad voort als een het gehele laagland opvullend, door de zonsondergangshemel gelig spiegelend, aanvankelijk helemaal niet als iets nats waarneembaar fremdkörper, [...] (hier breek ik het af, de zin is nog niet op de helft gekomen).
Even verder gebladerd maar zo blijft het, wat een protserig en uitgesproken lelijk proza:
Daarbij hoorde ook de spontane voorstelling dat tegelijk met het over het landschap zwevende populierenzaad in het verborgene de ronde stenen voortgleden over de bodem van de stroomgeul, rollend over de kop sloegen of zelfs in trage bogen verder sprongen, gehuld in modderwolken en verder getransporteerd door natuurlijke waterwalsen die - [...] (wederom kom ik niet verder dan de helft, sorry, wat een ellende).