Toon Tellegen is al jaren mijn favoriete nederlandstalige auteur, maar dit boek heb ik altijd laten staan. Op de een of andere manier sprak het me niet aan, waarschijnlijk omdat ik eigenlijk dacht dat het een reisverhaal was of zo (en daar heb ik echt een hekel aan

) Onterecht natuurlijk, want het is allereerst helemaal geen reisverhaal en bovendien is het ook nog eens een prachtig boek, zoals alleen Tellegen ze schrijven kan.
Op en top melancholisch, somber vaak, met een flinke dosis absurditeit en een grote voorliefde voor woorden (vooral dan woorden zoals
tergen of
naargeestigheid 
). Het is allemaal heel typisch (hoewel de sfeer van de verhalen eerder aan sommige van zijn gedichten doen denken dan aan de dierenverhalen) maar toch weer op een bepaalde manier uniek. Het beeld dat in dit boek gevormd wordt van het Rusland vlak voor de revolutie is wondermooi (
Toen ik klein was dacht ik dat Russen mensen waren die zich voortduren in hun handen wrongen en de wanhoop nabij waren. Maar hoe ze in hun handen wrongen wist ik niet: ik had dat nog nooit gezien., besluit de hoofdpersoon na een van grootvadersverhalen), vol melancholie, zwartgalligheid, en met de nodige groteske, soms wat magisch realistische overdrijvingen. Maar steeds op de rustig kabbelende, bedaarde vertelwijze die Toon Tellegen eigen is. Sommige verhalen zijn gewoon spannend en realistisch, andere zijn eerder filosofisch van toon, maar allemaal samen vormen ze een perfect portret van een man en zijn land.