Wie ‘
Het Dwaallicht’ van Willem Elsschot ter sprake brengt, krijgt vaak te maken met uitspraken als “zijn meesterwerk” of “zijn literair testament”. Dat schept verwachtingen die een kleine, grappige novelle moeilijk kan inlossen, maar hier zijn dergelijke krachttermen misschien wel op hun plaats.
De mild ironische toon die ik reeds kende uit ‘
Kaas’ vloeit alweer rijkelijk, tot grote vreugde van al wie de erudiete archaďsmen van Elsschot wel kan pruimen. Met een ongelofelijke naturel en een niet te versmaden beeldende, poëtische kracht loodst hij ons door het mysterieus aandoende Antwerpse nachtleven.
Evenzeer charmant is de typische Elsschot-protagonist (niet toevallig dezelfde Laarmans als altijd), die met een ontwapenend soort wereldvisie door de stad dwaalt. Hij is de eeuwige outsider, maar in zijn vervreemding van de mensheid schuilt een immense kwetsbaarheid. Een naar de buitenwereld toe niet al te sympathiek personage dat je toch in de armen zou willen sluiten, dat is het personage dat Elsschot doorheen zijn oeuvre steeds fascinerender heeft gemaakt.
Helaas begon ik met intellectuele vooringenomenheden aan het boek. De grote allegorie op de christelijke godsdienst (Maria van Dam, Kloosterstraat, sterrenhemel, … het zijn stuk voor stuk motieven waar Elsschot mee speelt), komt absoluut niet uit de verf. En hoewel de auteur totaal niet de ambitie had om iets in die trant te schrijven, zo begrijp ik achteraf, bleef ik ietwat onbevredigd achter.
Op een
dwaalspoor gezet door verkeerde verwachtingspatronen, moet ik kortom toegeven dat ‘
Het Dwaallicht’ een virtuoos kortverhaal is. Elsschot brengt ons telkens weer in herinnering dat lezen met de glimlach ook gewoon een doel kan zijn op zich. Een niet onbelangrijke boodschap voor al wiens honger naar interessante romans niet te stillen is.

3,75*