
77 stemmen | gemiddelde 3,61
Nederlands
Autobiografische Roman
132 pagina's
Eerste druk: De Arbeiderspers, Amsterdam (Nederland)
Als de moeder van hoofdpersoon Jeroen Brouwers overlijdt, is dat aanleiding terug te denken aan de tijd die hij als kleuter doorbracht in Jappenkamp Tjideng. Aan de hand van de herinneringen aan die gruwelijke tijd ziet de hoofdpersoon onder ogen waarom hij zijn moeder is gaan haten. De kampervaringen leiden niet alleen tot een problematische relatie met zijn moeder, maar ook met andere vrouwen die later in zijn leven verschijnen.
5,0
[permalink] geplaatst op 31 augustus 2006, 14:19 uurFantastisch boek dat mij meteen een grote Brouwers-fan heeft gemaakt.
Op een gruwelijk realistische manier vertelt Brouwers over het Jappenkamp waar hij als kleuter zat. Zijn moeder wordt dusdanig vernederd en gemarteld dat de kleine Jeroen vanaf een bepaald moment haar niet meer als moeder-figuur kan zien. Als de jongen bij thuiskomst door zijn ouders naar een internaat wordt gestuurd, is de relatie definitief kapot.
Brouwers is een echte oeuvre-bouwer die veel van zijn boeken aan elkaar verbindt. Hij verheft alles tot symboliek en laat thema's steeds terugkomen. Tegelijk blijven zijn boeken zeer leesbaar - als is De zondvloed wel een lastig boek. Hij betoont zich een ware leerling van Mulisch doordat ook in zijn boeken alles met alles te maken heeft.
3,5
[permalink] geplaatst op 31 augustus 2006, 14:29 uurIk heb enkel Geheime Kamers van de goede man gelezen, maar die vond ik wel geweldig, en deze ligt hier toch nog op mijn zus haar kamer, dus ga het zeker eens lezen.
5,0
[permalink] geplaatst op 31 augustus 2006, 16:53 uurdit boek is wel heel anders. of beter gezegd: geheime kamers was heel anders. voordat hij geheime kamers schreef, gingen veel van Brouwers' boeken op de een of andere manier over zijn relatie met zijn moeder en zijn herinneringen aan zijn tijd in Indonesië. Dat sterk autobiografisch getinte was er in Geheime kamers vanaf. Bezonken rood is dan ook beklemmender omdat het treurige verhaal zo dicht op de huid van de schrijver zelf zit.
[permalink] geplaatst op 1 september 2006, 10:54 uurMartin Visser schreef:Jammer dan mijn aangeleverde plaatje is gewijzigd. ik had mijn best gedaan een plaatje van de eerste druk te vinden en nu staat er zo'n zouteloze omslag van een pocket-uitgave bij!

Sorry daarvoor Martin
De omslag van de eerste druk was heel pixelig en daarom heb ik een correctie ingestuurd.
5,0
[permalink] geplaatst op 1 september 2006, 11:18 uurdat klopt. het was niet zo'n mooie afbeelding. dat blijkt bij veel boeken toch lastig om een groot plaatje te vinden
5,0
[permalink] geplaatst op 1 september 2006, 13:19 uurDit stukje schreef een aantal maanden geleden op mijn
weblog over
Bezonken rood:
Mijn leraar Nederlands op de middelbare school heeft mij aan het lezen geholpen. Overigens verloren veel medeleerlingen hun leeslust juist, maar dat terzijde. Ik was nooit zo'n lezer, maar toen ik ingewijd werd in de wereld van de serieuze Nederlandse literatuur was ik verkocht. Eindelijk boeken waar wat uit te halen was. Schrijvers die een eigen kijk op de wereld verwoordden. Boeken waarover je kon nadenken en napraten.
Het begon voorzichtig aan met Maarten 't Hart en Marga Minco. Maar al snel volgden W.F. Hermans, Harry Mulisch en Gerard Reve. Tenslotte ook Simon Vestijk, een schrijver waarvoor je toch nog wat meer doorzettingsvermogen nodig had. Maar echt verknocht ben ik geraakt aan Jeroen Brouwers.
Het boek
Bezonken rood maakte diepe indruk op me. Later in de middelbareschoolperiode las ik nog
Het verzonkene en
De zondvloed en nog wat kleinere werkjes van Brouwers. Maar
Bezonken rood was de katalysator van mijn Brouwers-liefde.
Het boek - het is overbekend, dus samenvatten is eigenlijk niet nodig - gaat over de dood van de moeder van de hoofdpersoon. En hoofdpersonen in het werk van Brouwers staan meestal heel dicht bij Brouwers zelf. Dat overlijden ondergaat de hoofdpersoon aanvankelijk gelaten. Al snel blijkt dat de hoofdpersoon enorme wraakgevoelens heeft ten opzichte van zijn moeder. En die gevoelens hebben alles te maken met het verleden in een Jappenkamp in Indonesië.
Naast beschrijvingen van de tegenwoordige tijd maken herinneringen aan die kamptijd het leeuwendeel uit van het boek. De mishandelingen en vernederingen die zijn moeder moest ondergaan - voor het oog van haar zoon - heeft hun relatie voor het leven getekend. Brouwers koppelt deze moeder-zoonrelatie een op een aan de huidige verhouding die de hoofdpersoon heeft tot vrouwen in het algemeen. "Toen hield ik op van mijn moeder te houden." is dan ook de sleutelzin in het boek.
Aanvankelijk moet het kleine jongetje nog lachen om de mishandelingen door de Jappen. Als klein kleutertje was dat de wereld waarin hij opgroeide. In retrospectief ziet de hoofdpersoon dat zijn moeder zijn moeder niet meer was doordat ze zo werd vernederd in bijzijn van hemzelf.
Brouwers heeft een soort missie zijn eigen leven te verliteraturen. Hij maakt werkelijk alles in zijn leven tot literatuur en weet heel behendig grote thema's en symboliek in zijn levensverhaal te weven. Daarmee is het niet meer zijn biografie, maar is het fictie/literatuur geworden. De schrijver heeft een enorme drang om iets tastbaars na te laten. Hij wil zijn leven boekstaven, zoals hij dat zelf noemt.
Wat mij aanspreekt is de precisie waarmee hij zijn boeken schrijft. Het zijn typisch alles-heeft-met-alles-te-maken-boeken. En daar hou ik van. Bevlogen verhalenvertellers kan ik waarderen, maar dergelijke constructiebouwers hebben altijd mijn voorkeur gehouden. Brouwers heeft dan ook altijd gezegd dat Mulisch zijn grote inspirator en voorbeeld is geweest. Terwijl ze zich wel allebei van een heel ander soort bombast bedienen. Mulisch is degene die schermt met filosofie en levenswijsheid, Brouwers bouwt een literair universum rondom zijn eigen, kleine leven. Dat laatste overtuigt uiteindelijk toch meer. Zeker omdat Mulisch vaak bij het construct blijft en daardoor afstandelijk, terwijl Brouwers bij uitstek hartverscheurende verhalen schrijft.
[permalink] geplaatst op 16 juli 2008, 16:12 uurHet hierop gebaseerde toneelstuk (zelfde titel) van Het Toneelhuis (regie Guy Cassiers) is ook enorm sterk. Dirk Roofthooft onwaarschijnlijk sterk op dreef, beste monoloog die ik ooit gezien heb.
[permalink] geplaatst op 31 mei 2009, 12:47 uurHad ik dit boek maar gelezen in plaats van 'Het verzonkene'. Het verzonkene is ook een boek van Jeroen Brouwers, maar ik vind het helemaal geen topper! Hij vertelt over zijn leven tijdens de tweede wereldoorlog, maar hij springt van de hak op de tak en je komt pas naar het einde toe in het verhaal terecht. Het is ook zeer verwarrend omdat hij steeds figuurlijke taal gebruikt...
4,0
[permalink] geplaatst op 22 augustus 2009, 15:45 uurWeinig schrijvers uit de Benelux zijn zo omstreden als Jeroen Brouwers. Met het verschijnen van ‘Datumloze Dagen’ en het weigeren van diverse literaire prijzen, wist de in België woonachtige Nederlander eens te meer de nodige media-heisa op te wekken en een debat te openen over de financiële kant van het schrijverschap. Slechts weinigen zullen hem zijn consequente houding in deze affaire nadoen, en dat siert. Desondanks hangt nog steeds een zweem van mysterie rond de figuur van Brouwers: waarom alle erkentelijkheid weigeren, als vele blijken van waardering op die manier aan je voorbij gaan?
In een bepaald opzicht biedt ‘Bezonken Rood’ antwoorden op de resterende vragen. In deze beschouwelijke litanie over leven en dood schrijft Brouwers immers meermaals dat hij “niemand nodig heeft en het liefst alleen in een hoekje zou wegkruipen”. Toch gaat hij niet kopje onder in zelfmedelijden, integendeel. Zijn worsteling met de existentie is eerlijk, zo juist weet Brouwers de woorden te kiezen. En dat hij precies met die woorden een nog dieper gevecht aangaat, kan amper toeval zijn. Het resultaat is een stilistisch nogal droge roman met een grote vaart; alsof de woorden in een langgerekte zucht op papier zijn verschenen.
Centraal in deze roman staan Brouwers’ belevenissen in het Tjideng-kamp, waar hij met zijn moeder en zus doorheen de Tweede Wereldoorlog opgesloten zat - een stuk van zijn verleden waar hij nooit echt mee heeft kunnen afrekenen. Pas met de dood van zijn moeder borrelen de trauma’s terug op en moet Brouwers alles van zich af schrijven om verder te kunnen. De rol van die moederfiguur in deze verschrikkelijke situatie stelt Brouwers in het begin nog in vraag, maar naarmate ‘Bezonken Rood’ vordert openbaart zich een immense liefde. Brouwers is een gebroken figuur, die gezien heeft hoe wat hem lief was, werd toegetakeld. Sedertdien kan de man zich niet meer binden. Angst en beelden van terreur regeren over zijn verlangen naar warmte. Hoe tragisch kan een mensenleven zijn?
Bepaalde schrijvers zouden zo’n pijnlijk gegeven slechts een luttele keer als literair middel aanwenden, maar bij Brouwers is het een constante doorheen zijn oeuvre. De personages in bijvoorbeeld ‘Geheime Kamers’ of ‘Datumloze Dagen’ dragen evenzeer de sporen van dit “verdwaald zijn in het doolhof van het leven”. ‘Bezonken Rood’ is echter nog een stuk persoonlijker, omdat Brouwers expliciet zegt dat hij zijn verleden van zich af schrijft. “Een schrijver leeft zijn leven tweemaal: een eerste keer overkomt het hem, een tweede keer tijdens het schrijven.” In casu wellicht een bijzonder hachelijke aangelegenheid voor de auteur.
De lezer voelt bovendien dat het Brouwers niet te doen was om de lezers, laat staan de verkoopcijfers. In bevreemdende sequenties, waarin hij de gedaante van de kleuter Jeroen Brouwers aanneemt, klautert hij terug naar de gedachtewereld van weleer. Met gruwelijke precisie en in klare taal beschrijft Brouwers de vernederingen die hij en zijn moeder moesten ondergaan. Het beeld dat het kind toen van zijn moeder kreeg, schemert door in zijn verdere leven. Na de zoveelste vernedering volgt de ontwapenende gedachte: “Geef mij een nieuwe moeder, want deze is kapot.”
‘Bezonken Rood’ is echter niet alleen een persoonlijk verwerkingsproces waarin de lezer gemakkelijk meegaat, ook stelt Jeroen Brouwers een belangrijke vraag: waarom is dit stuk geschiedenis vergeten? “De vernederingen zijn voor de veteranen een stille dood gestorven, geheten mildheid”, aldus Brouwers. Als zijn familieleden de kamp-tijd in herinnering nemen, overheerst een soort nostalgie, zweert de auteur. Echter, de wreedheden laten zich vergelijken met wat de Joden in de concentratiekampen moesten ondergaan, en toch stellen de slachtoffers het zich tot doel deze gruwel in de vergetelheid te laten vervallen. Omdat de herinnering té pijnlijk is?
Brouwers ziet met lede ogen toe hoe de mazen van het net hem verstrikken, terwijl niemand hem te hulp schiet, of kan schieten...en de wereld doet alsof er niets gebeurd is. Daarom zit Brouwers nog steeds vast in zijn kindertijd, daarom staat hij nog steeds waar zijn moeder hem zei te blijven staan. Deze man is gebroken. Kapot. Maar schrijven lukt nog net…en hoe.